top of page

"Een baby huilt om een verhaal te vertellen. De vraag is niet hoe je het huilen kan stoppen, maar hoe je kan luisteren."

Soms lijkt het alsof een baby alles heeft wat hij nodig heeft. Hij is gevoed, warm, dicht bij je, met een propere luier. En toch… hij blijft huilen. Soms zacht en klagend, soms hartverscheurend intens. Veel ouders voelen dan verwarring, machteloosheid of zelfs paniek: Wat is er toch? Wat mis ik? Huilen is een vorm van communicatie. Huilen is de taal van je baby. En net zoals bij volwassenen kan die taal verschillende lagen hebben. Een belangrijk onderscheid helpt ons om beter te begrijpen wat een baby ons wil vertellen: behoeft huilen en herinneringshuilen.
 

Behoeftehuilen is het meest herkenbare huilen. Een baby huilt omdat hij honger heeft, moe is, een boertje dwarszit, het koud of warm heeft, pijn ervaart, of graag nabijheid nodig heeft. Dit soort huilen heeft een duidelijke boodschap: “Ik heb iets nodig en ik kan het niet zelf oplossen.”  Wanneer de behoefte wordt vervuld, zakt het huilen weg. Je baby ontspant, zijn lichaam komt tot rust. Dit huilen vraagt om afstemmen, verzorgen, reageren. Voor ouders voelt dit vaak logisch en hanteerbaar. 

Soms is alles al gebeurd. Je baby is gevoed, gedragen, getroost. En toch blijft hij huilen. Soms wordt het zelfs intenser. Voor ouders is dit vaak het moeilijkste moment. Het alarmsysteem in je lichaam gaat aan. Je wil helpen, oplossen, redden. Twijfels sluipen binnen: Doe ik iets verkeerd? Is mijn baby niet oké? Maar wat als dit huilen niet vraagt om nóg meer doen… maar om gehoord worden?
 

Baby’s dragen hun ervaringen in hun lichaam. Niet als herinneringen in woorden, maar als sensaties, spanning, bewegingen, emoties. De zwangerschap en geboorte zijn diepe lichamelijke ervaringen: druk, beklemming, desoriëntatie, soms angst of pijn. Het lichaam van je baby herinnert zich. Deze ervaringen kunnen zich vastzetten in het zenuwstelsel. Wanneer iets in het hier-en-nu lijkt op wat toen overweldigend was — vastzitten, druk, spanning, stagnatie, niet kunnen bewegen — kan het lichaam van je baby reageren alsof het opnieuw gebeurt. Het huilen kan heel heftig zijn. Het is zijn lichaam dat zegt: “Dit was te veel, het overweldigde me.” Dit is herinneringshuilen. 

 

Bij herinneringshuilen kan het zijn dat:

  • voeden of sussen wel even helpt, maar het verdriet terugkomt

  • je baby zijn ogen sluit, het hoofd wegdraait, zich uitstrekt of juist samentrekt

  • er een diepe urgentie in zit, alsof iets eruit moet

Dit huilen vraagt niet om oplossen. Het vraagt om liefdevolle aanwezigheid. Zodat dit gezien, gehoord en erkend worden. En losgelaten kan worden.

Het huilen van een baby raakt ons diep. We willen dat het stopt. Wanneer je als ouder jezelf een beetje kan reguleren — door te ademen, je voeten te voelen, te merken “dit is moeilijk en ik blijf hier, bij mijn baby” — kan je werkelijk bij je baby blijven. Zo blijf je liefdevol aanwezig met hetgeen je baby uitdrukt en vertelt - en je baby voelt zich gedragen, gezien en gehoord.


Bij herinneringshuilen is het niet de bedoeling om het huilen te stoppen. Ook niet om de baby alleen te laten. Het is een uitnodiging om er samen doorheen te gaan Je kan bijv. zachtjes zeggen: “Ik ben hier. Ik ben er voor je. Je bent niet alleen.” Niet om te sussen, maar om te ontvangen en te erkennen. Na verloop van tijd, zie je een diepe zucht. Het lichaam ontspant. De spanning vloeit weg. Dit is geen uitputting — het is een ontlading. Je baby heeft iets kunnen loslaten.

Wat een baby niet kan voelen, kan opgeslagen blijven en zal zich herhalen. Wat gezien en gedragen kan worden, kan verzachten. Voor ouders is dit vaak een opluchting: je hoeft niet alles op te lossen. Soms is liefdevol aanwezig zijn genoeg. Voor je baby is de boodschap levensgroot: Mijn ervaring doet ertoe. Ik word gezien, gehoord en geliefd. Ik ben niet (meer) alleen.

Een baby huilt niet om je te manipuleren. Een baby huilt om zijn verhaal te vertellen. De vraag is niet: Hoe kan ik het laten het stoppen? maar: Hoe kan ik luisteren?

"A baby is born with a need to be loved, and never outgrows it"

We hebben iets gemeenschappelijk, iets wat we allemaal hebben ervaren en wat ons verbindt: namelijk, we zijn allemaal geboren en we hebben allemaal een tijd in de buik van onze moeder gehad. Een periode van ongeveer negen maanden waarin we in symbiose met haar leefden. De meest intense vorm van verbinding die er bestaat.

In de buik begint de gevoelswereld van een baby zich te ontwikkelen. Een foetus, baby of jong kind heeft nog geen bewuste, cognitieve herinneringen, maar wel een lichaamsgeheugen. In de baarmoeder krijgt het leven van een baby vorm: hij of zij groeit, ontwikkelt en communiceert. Baby’s spreken de taal van gevoelens, lang voordat ze woorden kunnen gebruiken.

Men zegt wel eens dat een baby ‘gemarineerd’ wordt in de gevoelswereld van zijn of haar moeder. Wat de moeder voelt, voelt de baby. Mooie, zachte, liefdevolle gevoelens, maar ook intense, twijfelachtige of stressvolle emoties. Alles mag er zijn. Het vraagt moed en kwetsbaarheid om daarin eerlijk te blijven – naar jezelf en naar je baby. Het maakt ons mens. Het is zoeken naar een evenwicht tussen beide uitersten.

Onze eerste taal is die van gevoelens. Een universele taal die niet gesproken wordt, maar van binnenuit gevoeld en ervaren wordt. Zoals liefde – een basisbehoefte die al in de baarmoeder begint. Arthur Janov (1924–2017), Amerikaans psycholoog en psychotherapeut, omschreef dit mooi:
Liefhebben begint in de baarmoeder, want daar praat de moeder 'baarmoedertaal' met haar baby, een taal zonder woorden. Toch is het een krachtige taal, misschien wel de belangrijkste taal waar we in ons leven mee te maken krijgen. Elk 'woord' van de moeder maakt veel indruk. Door middel van haar lichaam zegt ze tegen haar kind: 'Ik ben rustig. Ik ben normaal en ik hou van jou’.

 

Liefde of liefhebben is niet zomaar een gevoel dat later in ons leven komt kijken. Het is de bedding waarin we geboren worden. Het is de eerste taal die we leren, de grondtoon van ons bestaan. En die taal – die van liefde – blijft ons hele leven de rode draad. Want wat we als baby nodig hebben, blijft ook als volwassene onze diepste behoefte: geliefd, bemind en verbonden zijn.

Misschien is dat wel de mooiste herinnering die we met ons meedragen: dat we vandaag nog altijd de baby in ons dragen die we ooit waren. Ook nu spreken we, vaak onbewust, nog steeds de taal van gevoelens. Laten we die taal opnieuw eren, en er meer ruimte voor maken – in onszelf, in onze relaties en in de wereld om ons heen. Want liefde begint in de baarmoeder, maar ze eindigt nooit.

"It takes a present mother to raise a child, and a village to support the mother"

Het is een aanpassing van de bekende quote ‘It takes a village to raise a child’ naar de belevingswereld van een baby, en een ode aan het moederschap. Aan de belangrijke en mooie rol van een moeder in de eerste maanden van het leven van haar baby. Want voor haar baby is zij onmisbaar.
 

Ze heeft negen maanden voorsprong op het vlak van verbinding – zowel emotioneel als lichamelijk. Deze symbiose is een intense vorm van verbinding. Deze groeit negen maanden lang tijdens de zwangerschap. En een baby bereidt zich ook voor de geboorte, op het leven uit de buik: zoals het herkennen van de stem van de moeder, haar geur, hartritme en het kunnen zien van haar ogen. De verbinding in de buik zet zich verder uit de buik - die heeft een baby ook nodig om zijn of haar overleven veilig te stellen. En een baby wílt ook de verbinding met zijn of haar moeder behouden.

Laten we dat erkennen. Laten we die innige band tijd en ruimte geven. Laten we er met zorg en bewustzijn mee omgaan. En niet meegaan in het tempo dat onze maatschappij, economie of oude overtuigingen soms opleggen.
 

Loskomen van de moeder gebeurt vanzelf – in kleine stapjes, op het ritme van de baby. Eerst door te rollen, dan door te kruipen… steeds een beetje verder weg, en ook weer terug. Met vertrouwen dat de moeder in de buurt blijft, als veilige haven. En uiteindelijk leert de baby stappen zetten, de wereld ontdekken, vaste voeding eten – letterlijk en figuurlijk zijn of haar eigen plek innemen. Onafhankelijkheid start vanuit voldoende afhankelijkheid en een veilige verbinding. Als een baby te vroeg, te snel, of te langdurig wordt gescheiden van de moeder, kan dat de veilige (heilige) verbinding onder druk zetten. Zo kan er bijvoorbeeld scheidingsangst ontstaan.
 

Een baby begint ook vanaf ongeveer 6 à 9 maanden te ontdekken dat hij of zij een eigen persoon is, los van de moeder. Het besef – ik ben ik, en jij bent jij – maakt ook dat een baby op termijn beter eigen emoties kan reguleren. Zo groeit het kind in autonomie. De moeder beweegt langzaam meer naar de achtergrond, als stille, betrouwbare basis waarop teruggevallen kan worden wanneer dat nodig is. En dan ontstaat er ruimte voor anderen – zoals de vader of partner – om te verbinden, te spelen, en mee te dragen.
 

Laten we niet alleen kijken naar wat een baby nodig heeft, maar ook naar wat een moeder nodig heeft om die rol ten volle in te nemen. Laten we haar ondersteunen, dragen, beschermen – zodat zíj haar baby kan dragen.

"Een baby is al een mens"

Deze uitspraak van Rien Verdult zegt veel voor mij. Waar we als maatschappij denken dat een baby zijn of haar leven begint bij de geboorte, en waar we soms met baby’s omgaan alsof ze geen volwaardige mensen zijn met een eigen emotionele belevingswereld, ontkracht deze uitspraak alles van bovenstaande.

 

Een baby zijn of haar leven begint vanaf conceptie, tijdens de versmelting van de eicel en de zaadcel. Het is daar waar het mannelijke en het vrouwelijke elkaar ontmoeten en versmelten, waar nieuw leven ontstaat. En dus ook waar de gevoelswereld van een baby in de buik zich begint te ontwikkelen. Een foetus, baby of jong kind heeft geen cognitieve herinneringen, maar heeft wel een lichaamsgeheugen: een celgeheugen met bewustzijn. In de buik krijgt het leven van je baby vorm, hij of zij groeit, ontwikkelt en communiceert.

 

De eerste taal tussen moeder en kind is de taal van emotie, van gevoelens. Continu vindt er uitwisseling en dus communicatie plaats in de buik, bewust en onbewust. Een baby wordt ‘gemarineerd’ in het gevoelsleven van de moeder. Wat de moeder voelt, voelt de baby. Mooie, zachte, liefdevolle gevoelens en intense, twijfelachtige of stresserende gevoelens. Alles mag er zijn, het is kwetsbaar om eerlijk daarin te blijven naar jezelf en naar je baby. Het maakt ons mens. Het is zoeken naar een evenwicht tussen beide uitersten.

 

Geboorte is een overgang: van het leven in de buik naar het leven buiten de buik. Je baby komt niet als een onbeschreven blad ter wereld. Zijn of haar geschiedenis van negen maanden in buik en geboorte spelen een grote rol in zijn of haar verdere leven. Bepaalde indrukken, heftige of zelfs traumatische gebeurtenissen worden lichamelijk opgeslagen. Bijv. een stressvolle of ongeplande zwangerschap, verlies van een tweelinghelft, complicaties tijdens de zwangerschap, prematuriteit, inleiding, te snelle of langzame geboorte, (spoed)keizersnede, scheiding van de moeder, … Dat is heftig en niet gemakkelijk voor een baby en zijn of haar ouders om te verwerken. Vaak blijkt dat niet alleen de baby maar ook de ouders de verbinding zijn kwijtgeraakt. Dit ligt niet aan boos opzet, maar kan uiteenlopende omstandigheden hebben. Door middel van lichaamstaal zoals uitdrukkingen, gebaren en huilen wil een baby zijn of haar verhaal vertellen, uitdrukking geven aan datgene wat gehoord wil worden. Dit wordt soms niet herkend. Men spreekt dan van een ‘huilbaby’. Een baby doet niet moeilijk, maar heeft het moeilijk. Hij of zij vraagt ons om te luisteren, te ontvangen en aanwezig te zijn.

 

Ik wil een veilige, empathische en liefdevolle plek creëren en bewustwording brengen over de mooie, intense en eerlijke emotionele belevingswereld van baby’s. Voor mijn baby, jouw baby, voor élke baby.

bottom of page